Boerensymfonie

Home / Henri Storck / Filmografie / Films alfabetisch / Boerensymfonie

 

Borinage begeleidde de revolutie en de ellende van de arbeiders op een bepalend ogenblik van hun strijd. Boerensymfonie werd gedraaid gedurende jaren waarin de historische belangstelling naar heel andere zaken uitging en waarin het tijdperk van de boerenopstanden (de jacqueries) was afgesloten. Deze tweevoudige obliteratie van datum en aandacht heeft het meesterwerk-imago van deze film afgezwakt. De film dateert van vòòr het onbegrip van de boeren ten opzichte van de Europese richtlijnen, van vòòr hun betogingen, van vòòr de invloed van de milieubeschermers, van net op een moment van argwaan, het moment van de onduidelijke, vaag Pétainistische lokroep van Giono voor de terugkeer naar de aarde.

Deze gedaante, die geheel vreemd was aan de diepe en constante sociale mildheid van Henri Storck, heeft verhinderd dat de film de plaats ingenomen heeft waarop hij recht had. De filmhistorici, de cinefielen hebben zich hier niet in vergist. Het is nu de tijd om te zeggen dat Boerensymfonie een belangrijke en schitterende film is. Deze film maakt deel uit van het etnologische traject van Henri Storck: de zee (met heel de Oostendse cyclus), het lot van de arbeiders, het lot van de boeren, het filmen van de feesten en carnavals, het belang van de kunst en de kunstenaars; het is een facet van deze cineast die getuige van zijn tijd wou zijn.

Een film in vier jaargetijden, met een vijfde luik, de Boerenbruiloft, een beetje de metafoor van het verloop van de cyclus, het luik waarin de mens de speelse, amoureuze relatie voor zijn rekening neemt, de relatie van constante arbeid die het verloop van de wereld regelt.

Alle opnamen van deze film zijn begenadigd: de aarde en de hemel, de bomen, de dieren (in heel de geschiedenis van de filmkunst zijn er geen mooiere koeien en paarden dan die in deze film), de arbeid (hooioogst, graanoogst en vooral het verschrikkelijke rooien van aardappels of bieten die ons, zonder ongelukkige woordspeling, herinneren aan de verworpenen der aarde). Maar een harmonie beheerst alles. Zij heeft niets idyllisch, want de beelden van onbillijke strijd met de elementen zijn sterk aanwezig. Maar er is een extra, Vergilische inbreng: het beeld van de gang van de wereld, gesymboliseerd door de parallelle gang van mens, plant en dier.

 

Regie : Henri Storck

Regieassistenten : Lucien Parlongue, Jacques Wijseur

Technisch advies : Jacques de Schrijver (voor de film De lente)

Beeld : Henri Storck, François Rents, Maurice Delattre, Charles Abel

Assistenten-beeld : Freddy Rents, F. De Velter

Montage : Henri Storck

Commentaar : Marie Gevers

Stem : Marcel Josz

Muziek : Pierre Moulaert

Geluidsopname en mixage : José en René Lebrun (Melodium)

Elektricien : Albert Putteman

Fotografie : Robert Martin en Raoul Ubac (pseudoniem van Rudolf Ubach)

Productie : C.E.P.

Productieleider : Joseph Van Bladel

Secretaresse : Marianne Moulaert

 

Nederlandse versie onder de titel Boerensymfonie. Tekst van Robert Rock (stemmen: Gaston Vandermeulen voor De lente, Frans Robberechts voor de andere delen)

 

35 mm / zwart-wit (Gevaert) / De lente 31 minuten, De zomer 23 minuten, De herfst 20 minuten, De winter 22 minuten, Boerenbruiloft 19 minuten / 1942-1944

 

 

Om de film te kopen, hier  klikken

 

 

 

De idee voor deze film ontstond in 1936. Ik was steeds de mening toegedaan dat men aan de stedelingen het harde werk van een onzer meest sympatieke sociale klassen moest tonen om aldus miskenning en wanbegrip op te heffen. Ik heb de boeren lief en dit vindt een gerede verklaring in het feit dat ik steeds de vissers heb bewonderd; mensen die met echte moeilijkheden te kampen hebben en in nauw kontakt leven met de natuur. Zij strijden niet tegen de domheid der mensen, noch tegen hun boosheid, zij strijden tegen de vorst, de droogte, de ziekte der planten en der dieren en het resultaat van deze inspanningen is de hoogste beloning: zij worden scheppers en meesters van het leven, halve goden gelijk.

Henri Storck, 1946, tekst overgenomen door Raoul Maelstaf, in Henri Storck, mens en kunstenaar, 1971

 

Toevallig bekleedde Camille Goemans in 1941 een zeer bescheiden ambt bij de Nationale Corporatie voor de Landbouw en de Voeding. Toch beval hij het project bij zijn directie aan en toen kwam de dag waarop de cineast over de materiële middelen beschikte voor een film waaraan hijzelf sedert lang dacht. De opnamen duurden drie lange jaren en konden op die manier de loop van de jaargetijden nauwkeurig volgen, zonder welke zij hun bestaansreden verloren … In Vlaanderen werd de landbouwer bij wie Henri Storck zijn filmploeg ondergebracht had, door de Duitsers opgepakt en gefusilleerd. Zijn Waalse tegenhanger werd door de rexisten vermoord. Dat waren de hoogtepunten in het dramatische avontuur dat een ploeg cineasten beleefde, maar, afgezien van het tijdperk waarin de film verwezenlijkt werd, bezingt de film een tijdloze lankmoedigheid.

Jean Queval, Henri Storck ou la traversée du cinéma, 1976

 

Het meesterwerk van Henri Storck in het domein van de sociologische getuigenis is waarschijnlijk de lange (en te vaak door de filmhistorici miskende) documentaire die hij gewijd heeft aan het leven van de Vlaamse en Waalse boeren uit de streek van Brabant … De film is opgebouwd als een groot en traag natuurgedicht, waarin het leven en de dood van de mensen, de dieren en de planten zoveel identieke, gelijkwaardige lyrische thema’s vormen. Toch is het de mens met zijn onophoudelijk labeur die het zwaartepunt van de film vormt.

Luc de Heusch, Cinéma et Sciences sociales, Unesco, 1962

 

Deze hymne aan de aarde en de mens die haar bewerkt is een historisch en ethnosociologisch document van kapitale waarde. Weliswaar bevat de film niet zoiets als een sociale analyse, maar die lacune is begrijpelijk gezien de tijdsomstandigheden. Technische moeilijkheden en minderwaardig materiaal, te wijten aan de benarde tijden, hebben de afwerking gehinderd, zonder evenwel de artistieke gaafheid te schaden, schrijft Raoul Maelstaf. Volgens hem is Boerensymfonie één der beste werken ooit in ons land verwezenlijkt, een werk dat met recht een ereplaats mag opeisen in het internationale filmrepertorium. Wegens de Flahertiaanse frisheid, het picturaal talent van de maker en de minzame poëtische perceptie van verrassende details in een schijnbaar banale realiteit is Boerensymfonie ook volgens Francis Bolen un classique universel.

Jan-Pieter Everaerts, Oog voor het echte, BRT-uitgave, 1987

 

Beste vriend,

Onze vertoning van Boerensymfonie heeft zo’n enthousiasme ontketend en ikzelf, die de film nooit in zijn geheel gezien had … ik stond er totaal verstomd van en godweet dat ik het een goede film vond … Maar wàt voor een film! De mensen verwachtten dat niet en staan er nog paf van! Ik vraag je dus twee zaken: 1/ de toelating de film te Cannes te vertonen samen met Quiet one, Monsieur Verdoux en Louisiana story. Dit is werkelijk de grote film die ze daar nodig hebben op de voorstelling van de Cinémathèque. Ik reken hier stellig op. 2/ of het soms mogelijk is de kopie te houden of een manier te vinden die overeenstemt met onze financiële middelen om de film definitief in ons bezit te houden, want ik zou hem graag in het filmmuseum vertonen als één der tweehonderd meesterwerken van de filmkunst. 3/ Heb je hem aan Flaherty getoond? Mary zegt dat die stomverbaasd zal staan …

Henri Langlois, brief van 11 augustus 1949

 

Deze film is in Brabantse boerderijen in een straal van 25 kilometer rond Brussel gedraaid. De lente is in het Duigemhof te Herent-Winksele bij Leuven gedraaid met de jonge landbouwer René Evers. Vandaag de dag (1994) is deze nochtans geklasseerde mooie hoeve in een trieste staat van verval. Enkele opnamen zijn gemaakt in een hoeve te Sint-Kwintens-Lennik in het Pajottenland en te Veltem in de Peetershoeve.

De zomer is gedraaid in het dorp Sint-Brixius-Rode in ‘t Hof te Rode, bewoond door Henri Verbruggen, zijn ouders, zijn zus Miet en zijn broer Victor. Er werden scènes gedraaid in de Charleroyhoeve te Grimbergen en de Vander Hasselt-hoeve te Oppem.

De herfst werd in de mooie Moenshoeve te Tombeek/Terlanen dicht bij Waver gedraaid met seizoenarbeiders aangeworven voor het rooien van de aardappels en de bieten en ook te Scherpenheuvel voor de bedevaartscènes.

De winter werd net als De zomer in de Verbruggenhoeve gedraaid. Bepaalde sneeuwscènes werden in de Ardennen opgenomen.

Boerenbruiloft werd te Oppem bij Meise gedraaid in de hoeve bewoond door de familie Vander Hasselt, Hof ter Steen, met Jeanne, de jonge bruid, en haar vier broers. Henri Verbruggen speelt de rol van bruidegom. De échte families van de gehuwden spelen de figurantenrollen. De hoeve wordt nog altijd door leden van de familie bewoond. De huwelijksscènes spelen zich in het dorp Oppem af.

Notities van Henri Storck, herfst 1994